In Nederland zijn we goed in het bieden van emotionele kwaliteit, interactie met kinderen, in een veilige en prettige omgeving en in de begeleiding van kinderen. Ook verbetering van de educatieve kwaliteit is de laatste jaren groot geweest.

De kwaliteitsnormen zijn  vastgelegd in wet- en regelgeving. Deze worden jaarlijks bij alle aanbieders geïnspecteerd door de GGD, de rapportages zijn openbaar. Een analyse van de GGD rapportages laat ook een stijging in de kwaliteit zien.

Uit onderzoek blijkt dat ouders van baby’s hun eigen kinderopvang gemiddeld bijna een 8,3 geven, ouders van kleuters gemiddeld een 7,7.

Kwaliteit

Uit onderzoek blijkt dat goede kinderopvang een positief effect heeft op de ontwikkeling van kinderen. Uit de rapportages van toezicht en kwaliteitsmonitoring blijkt dat we trots mogen zijn op de kwaliteit van Nederlandse Kinderopvang!

Goede kinderopvang ontwikkelt kinderen verder dan wanneer kinderen alleen in een thuissituatie opgevoed worden. Het bevordert 21st century skills en voorkomt taal- en ontwikkelingsachterstanden. Dat betekent dat kinderen het op school beter gaan doen en we Nederland in de toekomst ook concurrerend blijven houden in de wereldmarkt.

“Nederland heeft wat betreft de kwaliteit wel een hoog niveau bereikt. We kunnen in dit stelsel kwaliteit bieden aan doelgroepen die er het meeste baat bij hebben. Vergelijk je het met andere Europese landen, dan bieden we zowel emotioneel als educatief de beste zorg. Kijk je naar Scandinavische landen met universele gratis kinderopvang, dan is de kwaliteit daar minder hoog dan bij ons.”  Aldus Pauline Slot, universitair medewerker sociale wetenschappen en projectleider van Landelijke Kwaliteitsmonitor Kinderopvang in Trouw 8 februari 2021: Gratis kinderopvang: het klinkt goed, maar het is een duivels dilemma.

 

Kwaliteit gedefinieerd

In de wet kinderopvang is opgenomen dat een houder verantwoorde kinderopvang moet aan bieden, waaronder wordt verstaan het in een veilige en gezonde omgeving bieden van emotionele veiligheid aan kinderen, het bevorderen van de persoonlijke en sociale competentie van kinderen en de socialisatie van kinderen door overdracht van algemeen aanvaarde waarden en normen. In het Besluit kwaliteit kinderopvang wordt deze hoofdregel verder gespecificeerd met nadere regels en aanwijzingen.

In de wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang (wet IKK, 2018 e.v.) zijn de kwaliteitseisen opgedeeld in de volgende 4 themas: 1. de ontwikkeling van het kind staat centraal, 2 veiligheid en gezondheid, 3. stabiliteit en pedagogisch maatwerk en 4. kinderopvang is een vak.

 

Jaarlijkse GGD inspectie en rapportage

Uit analyse van de openbare jaarlijkse inspectierapporten van de GGD blijkt dat er een stijgende lijn en positieve ontwikkeling is in de kwaliteit van de kinderopvang in Nederland.  Er worden steeds minder tekortkomingen vastgesteld en het aantal inspectieonderzoeken dat resulteert in een handhavingsadvies neemt af. Er lijkt wel een verschil te zijn tussen kleinere en grotere aanbieders van kinderopvang, waarbij de grotere aanbieders minder moeite lijken te hebben aan het voldoen aan de verdere kwaliteitseisen uit de IKK. Er is geen verschil tussen locaties van not-for-profit en for-profit houders. Zie ook Kennisdossier Kinderopvang in Beeld vanaf pagina 46.

 

Ouders en kwaliteit

Er is een substantieel verschil in de kijk op en perceptie van ouders die wel of niet voor kinderopvang kiezen. Niet gebruikers hebben vaker twijfels over de zorg, veiligheid en de opvang van baby’s, terwijl het overgrote merendeel van de ouders met kinderen in de kinderopvang ook voor baby’s en dreumesen de toegevoegde waarde zien. 80% van alle ouders zien het voordeel van en vinden het goed voor de ontwikkeling van kinderen vanaf 2,5 jaar om een aantal dagen naar het kinderdagverblijf te gaan.  Verder blijkt dat ouders van baby’s hun eigen kinderopvang gemiddeld een 8,3 geven en ouders van kleuters gemiddeld een 7,7 zo blijkt uit Kijk op Kinderopvang van het SCP.

Kwaliteit in vergelijking met andere landen

In vergelijking met andere landen scoort de kinderopvang in Nederland hoog in internationale studies. Professor Paul Leseman vindt de sector innovatief, creatief en proactief. ‘De kinderopvang is ondernemend en dat leidt tot vernieuwing en afstemming op wat er in de samenleving leeft. Qua vernieuwende pedagogiek loopt de kinderopvang ook voor op het onderwijs. Ook wat betreft de samenwerking met andere sectoren, het partnerschap met ouders en de worteling in de buurt. Wij zijn bovendien goed in het bieden van kwaliteit waar het echt nodig is, bijvoorbeeld aan kinderen met achterstanden. Daar hebben we in Nederland prikkels voor, zoals de onderwijsachterstandsgelden. In Denemarken bijvoorbeeld zie je dat de kwaliteit lager is waar er meer kinderen met achterstanden zijn. Bij ons is dat omgekeerd.’ Uit artikel KinderopvanTotaal : ‘We zijn te kritisch over de Kinderopvang’.

 

Ontwikkeling- en fasegericht

Het meest gangbare beleid wereldwijd is dat kinderen vanaf 6 of 7 jaar naar school gaan, in Nederland is dat echter al met 4 jaar en zijn ze vanaf 5 jaar leer-/schoolplichtig.

 

Uit onderzoek naar de hersenontwikkeling van kinderen blijkt niet alleen dat de grootste ontwikkeling in de periode van 0 – 6 jaar plaats vindt, maar ook dat hoe jonger de kinderen zijn, hoe meer ze gebruik moeten maken van impliciete, onbewuste vormen van leren en dat schools leren passend is als de cortex daar voldoende rijp voor is, rond het 6de jaar. Verder blijkt uit onderzoek dat een rijke spelomgeving en een diversiteit aan spelvormen waarin kinderen zich kunnen uitdrukken, de psychosociale ontwikkeling bevordert. Daarom is tijd om vrij te spelen noodzakelijk in het curriculum voor jonge kinderen.

 

De periode van 0-6 jaar wordt aangeduid met de speelleeftijd en vanaf 6 met schoolleeftijd. Echter in Nederland worden kinderen vanaf hun 4de in het schoolse systeem opgevangen: van persoonlijke aandacht in de kinderopvang (kind: pedagogisch medewerker ratio 7 : 1) naar een klas met 24 – 30 leerlingen, van spelen naar leren en doel- en prestatiegericht moeten zijn. Terwijl wetenschappelijk onderzoek aantoont dat kinderen enerzijds op hun vierde nog niet over de cognitieve vaardigheden beschikken om klassikaal les te krijgen en anderzijds de psychosociale ontwikkeling meer wordt gestimuleerd door vrij spel. Met een goede psychosociale ontwikkeling van jonge kinderen (0-6 jaar) wordt een goede basis gelegd voor hun verdere schooltijd en carrière. Eenvoudig gezegd: de eerste 6 jaar gaat het bij de ontwikkeling vooral om “eruit te halen wat erin zit” en pas daarna zijn kinderen rijp en ontvankelijk voor leren en spelen met een doel. Daarnaast is er een verschil in het spel van jongens en meisjes, jongens zijn meer beweeglijk en motorisch gericht en meisjes zijn meer gericht op verbale interactie. Dat vraagt niet alleen meer, letterlijk en figuurlijk, om kinderen de ruimte te geven voor hun spel, maar ook om hun creativiteit, fantasie en zelfontplooiing niet in te kaderen door strakke schoolse doelstellingen. Uitgaande van een doorgaande ontwikkelingslijn van kinderen moeten voorzieningen tot en met 5 jaar gericht zijn op een meer pedagogische vs. onderwijs grondslag.

 

Actueel

Toekomst van Kinderopvang LKK

In de LKK-verkenning komen de volgende onderwerpen aan bod: toegangsrecht, ondernemerschap, samenwerking kinderopvang en onderwijs, governance, lokale samenwerking en relatie tussen organisatiekenmerken en kwaliteit. De

Lees verder »