Betaalbaar

Het gebruik van kinderopvang wordt naast de kwaliteit en toegankelijkheid bepaald door de betaalbaarheid van de kinderopvang. Dit geldt niet alleen alleen voor de individuele huishoudens, maar ook voor de totale kosten voor de overheid en werkgevers.

In het huidige stelsel betalen ouders, afhankelijk van hun inkomen 4% tot 66% van het maximum uurtarief, totaal een derde van de totale kosten, de werkgevers en de overheid betalen ook ieder een deel. 

Gedeelde kosten

In het huidige stelsel worden de totale kosten van kinderopvang ca € 5 mld (raming 2021) gefinancierd door:

  • de overheid door middel van inkomensafhankelijke toeslagen aan de ouders
  • de werkgevers via de sectorpremie in de WW
  • de ouders inkomensafhankelijk

Daarbovenop wordt er via de Gemeentes ca € 530 mln gefinancierd voor peuters en voor vroege en voorschoolse voorzieningen.

In 2019 was de verdeling overheid, werkgevers en ouders respectievelijk 43%, 29% en 28 % gebaseerd op financiering tot het maximum uurtarief 

In de begroting van 2021 is per saldo € 3,5 mld voorzien voor uitbetalingen aan kinderopvangtoeslagen aan 554.000 huishoudens. Hiervan wordt € 1,3 mld bijgedragen door de werkgevers op basis van een vast percentage (0,5%) van de totale loonsom.

Inkomensafhankelijk & Gewerkte uren

Ouders betalen afhankelijk van de hoogte van het inkomen een deel van de kosten van de kinderopvang. Het te betalen bedrag varieert in de dagopvang (0-4 jaar) van € 0,34 per uur tot € 6 (bij een inkomen boven € 130.000) voor het eerste kind en tot € 2,01 (bij een inkomen boven € 160.000) voor het tweede en eventuele volgende kinderen.

Bron: Kinderopvang in Beeld – Kennisdossier – Berenschot

Behalve het uurtarief is ook het aantal gewerkte uren van belang voor het bepalen van de kinderopvangtoeslag. In verband met de COVID-pandemie was de koppeling met de gewerkte uren voor 2020 niet van toepassing. Normaal gesproken hebben ouders in de dagopvang recht op 140% van het aantal gewerkte uren van de minst werkende partner. Voor de bso geldt de grens van 70%. Ouders hebben nu allemaal recht op maximaal 230 uur per maand tegemoetkoming.  Voor 2021 gelden de 140% en 70% koppeling voorlopig nog wel. Wellicht wordt dit later in het jaar alsnog aangepast in verband met COVID. Vanaf 2022 zal de koppeling gewerkte uren voor de BSO structureel verruimt worden naar 140%, net zoals bij de dagopvang. 

 

Het maximum uurtarief

Ouders worden volgens de percentages in bovenstaande tabel gecompenseerd voor de kosten tot het maximum uurtarief dat jaarlijks wordt vastgesteld. Voor 2021 zijn de maximale tarieven: Dagopvang € 8,46 per uur, BSO € 7,27 per uur en voor gastouderopvang € 6,49 per uur.  De werkelijke in rekening gebrachte tarieven liggen gemiddeld hoger dan het vastgestelde maximum tarief. Het uitgangspunt bij de invoering van de Wet Kinderopvang (2005) was de dekkingsnorm van 80 % van de werkelijke tarieven. Deze norm is door de jaren heen losgelaten en was in 2019 ca 73%, hierdoor komen de werkelijke kosten voor ouders, met name in de bso, hoger uit, hetgeen de toegankelijkheid en betaalbaarheid beperkt.

Uit de Monitor Tarieven BKR van Bureau Buitenhek blijkt dat de stijging van de maximum uurtarieven niet kostendekkend zijn. Voor 2019 de effecten van inflatie, inzet pedagogisch medewerker (beroepskracht ratio, bkr) en CAO stijging voor dagopvang ca 4 % hoger dan de verhoging van het uurtarief.  Het overgrote deel van de aanbieders heeft de stijging in kosten niet volledig doorgevoerd in de tarieven voor ouders, desondanks heeft in 2019 65 % van de aanbieders een hoger tarief dan het maximum dat wordt vergoed en in de BSO geldt dat voor 89 % van de aanbieders. Door de verdere stijging van o.a. de loonkosten vanuit de CAO voor 2020 en 2021 zijn de aanpassingen van de maximum uurtarieven niet toereikend en wordt de 80 % norm van de Wet Kinderopvang niet gehaald.

 

 
 

Kinderopvangtoeslag

Invoering van een ander stelsel dan het huidige toeslagenstelsel heeft gevolgen voor de kwaliteit  en invoering van een nieuw stelsel zal minimaal zeker 8 – 12 jaar duren, terwijl de vraag om verandering en dan met name vereenvoudiging, door de toeslagen affaire versterkt en urgent is. Naast een aantal directe verbeteringen die al zijn doorgevoerd, zoals gegevensaanlevering van kinderopvangorganisaties, begeleiding van ouders en verbeterde digitale dienstverlening, zijn er verdere vereenvoudigingen mogelijk. Het CPB concludeert dat het voordeel van maatwerk dat het stelsel heeft leidt tot het nadeel van complexiteit voor huishoudens. Naast het verhogen en versimpelen van de inkomenstabel, er zijn nu 63 inkomenscategoriën en 92 staffels, zou ook het inkomen vaststellen op T-2 (bijvoorbeeld het inkomen van 2019 is bepalend voor de toeslagen van 2021) een mogelijkheid voor het terugdringen van naheffingen en terugvorderingen zijn. Waarbij bij het laatste een vangnet voor gezinnen met inkomensverlies zou moeten komen. Notitie Bijdrage rondetafelgesprek alternatieven toeslagenstelsel CPB

Actueel

Scenario’s Kindvoorziening

Vier scenario’s uitgewerkt met de verwachte effecten op de ontwikkeling van kinderen, arbeidsparticipatie, inkomensgelijkheid, de kosten en de manier waarop die gedekt moeten worden en

Lees verder »